Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Bewijzen & weerleggen

“Eén heeft altijd ongelijk: maar met twee begint de waarheid. - Eén kan zichzelf nooit bewijzen: maar twee kun je al niet meer weerleggen.”

Friedrich Nietzsche (1882)


Nietzsche geeft in zijn “vrolijke wetenschap” zelf geen uitleg bij deze twee zinnen, we kunnen er dus van alles bij bedenken, in ons eentje, en samen met een ander. Leg het eens aan een ander voor en kom samen tot een betekenis en/of tot een waardering.

De afwezige wereld

"The truth of the word is the absence of the world"

George Steiner (1989)

Steiner schrijft deze woorden woorden nadat hij Mallarmé's gedachten betreffende het woord roos heeft uitgewerkt. Volgens Steiner verwerpt Mallarmé het convenant tussen het gesproken woord en de werkelijkheid. Het woord kan alleen standhouden - voor waar gehouden worden - als de werkelijkheid, dat waar het naar verwijst, achterwege is en blijft. Zodra de werkelijkheid in beeld komt heeft het woord geen waarde meer, en als er geen werkelijkheid is, is het enige van waarde het woord. De grote vraag die dan ontstaat: wat kunnen we nog zeggen over de werkelijkheid, over dat wat is?

Wittgenstein schreef in 1961, dat we alleen maar kunnen spreken wanneer de woorden de we gebruiken daadwerkelijk naar iets (dat aanwijsbaar is) in de werkelijkheid verwijzen, over al het andere kunnen we louter zwijgen.

Deur

"There are two 'beings' in a door, it awakens in us a two-way dream."

Avivah Gottlieb Zornberg (1995)


Iedere dag passeren we heel wat deuren en dit zal je wellicht niet beleven als een droom in twee richtingen. Met het passeren van een deur stapt de passant een specifieke wereld binnen met eigen regels, verwachtingen, mogelijkheden en grenzen. Met het passeren wordt ook een wereld achtergelaten, die echter als verwachting wel blijft bestaan en die met het passeren van de deur weer toegankelijk wordt. De huisdeur creëert twee wezenlijk andere dromen (verwachtingen) dan de deur van het theater, een winkel, een kantoor of een museum. Heel wat deuren sluiten aan de ene kant aan op de openbare ruimte en aan de andere kant op een specifieke (vaak niet-openbare) ruimte. De twee ruimten die door de deur (die open en dicht kan) ontsloten worden beschikken ieder een eigen vorm van vrijheid, gevangenschap en verwachting, maar bovenal van tijdelijkheid, omdat de deur de mogelijkheid biedt ze weer te verlaten en een andere wereld te betreden, die weer net zo tijdelijk is en haar eigen vorm van gevangenschap, vrijheid en verwachtingen kent.

Goed en Geleerd

“Wie goed is, is niet steevast geleerd en wie geleerd is, is niet steevast goed”

Erasmus (1520)

Eigenlijk wilde ik hier een ander citaat plaatsen nl. “Geleerdheid is kil, blind en gebrekkig als ze niet door de muzen wordt gevoed”. Hierbij kwam direct de vraag op ‘wat kan ik daar nu mee?’ Muzen, zijn dat de poëzie, literatuur en kunsten of hebben de muzen wellicht betrekking op wat we tegenwoordig gedrevenheid en passie noemen?

Beide citaten komen uit antibarbari (boek tegen de barbarij) van Erasmus, waarin de goddeloosheid, de onwetendheid en de gebrekkige moraal van de tijd aan de kaak worden gesteld. Met name de teneur van de verachting van kennis en moraal wordt kritisch beschouwd. Erasmus komt tot de conclusie dat een mens louter iets kan verachten wat hij bezit, iedere andere vorm van verachting is een afgeleide van afgunst, de wens het wel te bezitten maar niet te hebben. Verachting is dan een specifieke vorm van ressentiment met de bijkomende moraal.

Deze twee citaten tonen duidelijk de pijlers van het humanisme (met de zeven vrije kunsten) waar Erasmus voor staat: een algehele ontwikkeling intellectueel, cultureel en moreel.