Bergson: "there is no common measure between mind and language."

kwaliteiten in een vreemde context

Deze keer roept het citaat vooral vragen op. Er staat een prachtig Engels woord in 'singularity' en ik heb het moeten vertalen, maar of dat echt lukt, of ik hier het unieke mee kan 'vangen'?

“The singularity of a ‘vocation’ is never better displayed than when it is contradicted - but not denied”

Roland Barthes (1954)

Dit citaat komt uit een mythe van Barthes: 'de schrijver op vakantie'. Een bijzonder citaat over de unieke vaardigheden van een mens, die de meesten vooral waarnemen bij kunstenaars en schrijvers. Het zijn vaardigheden en kwaliteiten die nooit zwijgen. Komt deze uniciteit tot stilstand wanneer we met vakantie gaan? Of worden ze juist dan zichtbaar, tonen ze juist in het gewone, dat wat niet de eigen setting is, haar schoonheid en kwaliteit? Dragen de nieuwsberichten - de roddels - over het gewone leven van de grote bij aan hun mystificatie of demystificatie? Nemen de unieke kwaliteiten mythische vormen aan of wordt alles geëgaliseerd?
Wanneer tonen zich de unieke kwaliteiten van een mens zich op 'n mooist?

Buigen voor het welzijn van de ander

Het is beter te buigen voor het welzijn van de ander dan de eigen vrijheid op te eisen.

Vrij naar Desiderius Erasmus (1520)

In deze compilatie komen een aantal kwaliteiten van de mens volgens Erasmus samen: vredelievendheid, bescheidenheid, niet oordelen (dit is niet aan de mens maar aan god), leven naar je eigen voorkeur zonder de ander voor het hoofd te stoten en deugdzaamheid. Ik vind het vooral een boeiende compilatie omdat het spanningsveld opzoekt van het opeisen van je eigen ruimte, het gaat staan voor dat wat je waardevol vindt enerzijds en anderzijds het begrip tonen voor het onvermogen van de ander om hier iets mee te doen, waardoor het gaan staan het welzijn van de ander aantast. Hiermee wordt het opkomen voor dat wat je waardevol vindt een ethisch vraagstuk omdat deze activiteit begrenst wordt door het welzijn van de ander. Soms is het verstandig om de zwakheid van de ander (voorlopig) te ontzien. Hiermee komen we in de buurt van Levinas, die heel wat eeuwen later zal zeggen dat het aangezicht van de ander een appèl doet, waardoor je deze met zorg behandelt, ook als je daarvoor (wat van) je eigen vrijheid op moet geven.

Tijd is een op handen zijn

"De tijd is de geleding van een bestaansmodus waarin alles altijd weer herroepen kan worden, waarin niets definitief is, maar alles toekomstig - waarin zelfs het heden geen eenvoudig samenvallen met zichzelf is, maar nog steeds een op handen zijn. Dat is de situatie van het bewustzijn. Bewustzijn hebben is: tijd hebben."

Emmanuel Levinas (1963)

Wat mij zo fascineert in dit citaat is het 'op handen zijn'. Er zit een spanning in het heden; alles zoals het nu beleeft en ervaren wordt - zoals we dat nu bewust zijn - zou wel eens heel anders kunnen zijn wanneer we daar over een paar dagen (of over een jaar) op terugkijken. Iets wat goed lijkt, kan wel eens heel slecht uitpakken of iets wat zich dramatisch voordoet kan heel mooi worden. Eigenlijk wordt de tijd en daarmee het heden een surprise, een verrassingspakket. Aan de ene kant biedt dit hoop wanneer we het heden als donker en zwaar ervaren, maar het maakt ook waakzaam wanneer we het heden als paradijselijk beleven, wanneer we het gevoel hebben winst te gaan halen. Een op handen zijn als het kan allemaal anders zijn en we kunnen niet weten wat het wordt, alleen maar dromen en vrezen, verlangen en afwachten.

Een op handen zijn...