Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Kritiek

"Echte en vruchtbare kritiek rust op het toetsen van meningen aan de zaak zelf"

Max Scheler (1912)

Scheler bestudeert de moraal en de persoonlijke vorming van een moreel kader op de aanwezigheid van ressentiment. Hij beschrijft het proces op basis waarvan mensen hun persoonlijke overtuigingen en meningen vormgeven. Hierbij wordt er vaker gekozen om de eigen mening te toetsen aan de mening van anderen, dan om verschillende meningen te toetsen aan de gebeurtenis (de feiten) zelf. In iedere mening van de ander en dat wat hij daar zelf over zegt, zitten verboden negatieve ervaringen en associaties, die zelfs in een positieve kritiek naar voren kunnen treden. Het denkproces dat zodoende ten grondslag ligt aan het vormen van de eigen mening op basis van de meningen van anderen lijkt dus eerder een mistig geheel dan een heldere beschouwing.

Het stukje gaat hier over kritiek, wellicht kritiek op de mening van de ander, of misschien wel op het gedrag van anderen. Je zou kritiek ook kunnen vervangen door oordeel of beoordeling en dan ‘meningen’ gewoon kunnen weglaten. Hoe vaak vormen we ons niet een beeld/oordeel van de wereld op grond wat een ander erover zegt, zonder zelf de zaak te onderzoeken of de feiten in ogenschouw te nemen. Wat weten we via een ander en wat is de resultante van onze eigen waarneming?

Uiteindelijk komen de persoonlijke meningen in de persoonlijke moraal tot uitdrukking. Als deze moraal gebaseerd is op negatieve ervaringen en associaties en een mistig denkproces enerzijds en niet op een helder denkproces en de feiten/zaak anderzijds, dan heeft dat direct consequenties voor onze moraal en de wijze waarop we de wereld bejegenen, de plannen die maken en hoe we met de ander omgaan.

Regels opvolgen

“Een regel opvolgen is analoog aan het opvolgen van een bevel”

Ludwig Wittgenstein (1953)


Dit korte citaat komt de Filosofische Onderzoekingen en gaat over de regels in taal, de regels die bepalen hoe je spreekt en schrijft, maar ook die bepalen hoe je begrijpt. Het volgen van de regels is een resultaat van training, en toch komt niet iedereen die een gelijke training heeft gehad tot een gelijk begrip van dat wat in taal tot uitdrukking komt. En het blijkt vaak heel moeilijk om het anders te begrijpen.

Er is een analogie tussen de regels van taal en de regels van een spel. Is deze analogie er ook met procedures en richtlijnen? Hoe vrij zijn we om te begrijpen? Om te handelen los van regels? Om het bevel te negeren? Heeft de regel macht doordat ze ons handelen bepaald? Ligt vrijheid in de regels besloten of juist tussen de regels?

kennis over iemand

"Symbolen en gezichtspunten plaatsen mij dus buiten hem; zij leveren mij van hem slechts, wat hij gemeen heeft met anderen en wat hem niet eigenlijk toebehoort"

Henri Bergson (1923)

In de eerste pagina’s van zijn inleiding tot de metafysica vraagt Bergson zich af wat de relatie is tussen kennis en dat wat we willen kennen. Als je kennis zoekt over het bestaan op zich dan ga je een specifieke relatie aan met dat wat bestaat (en niet bestaat). Kun je door het verkrijgen van kennis doordringen in datgene wat je wilt kennen? Het citaat betreft zijn gedachten inzake het kennen van een persoon en deze kennis wijkt natuurlijk in de kern niet af van de kennis van/over een bestaand iets. Hij concludeert dat beelden (beschrijvingen, symbolen en gezichtspunten) altijd onvolmaakt zijn in vergelijking met het specifieke voorwerp en de persoon zelf. Deze zijn namelijk volmaakt in wat ze zijn.

Wat gebruiken we als uitgangspunt van ons handelen, de beelden of het zijn?

Verschil in leeftijd en sekse

“Differences of age and sex have no longer any distinctive social validity for the working class. All are instruments of labour, more or less expensive to use according to their age and sex.”

Karl Marx en Friedrich Engels


Op deze wereldvrouwendag wil ik de emancipatie, bevrijding en groeiende mondigheid van de vrouw ook even in een ander daglicht plaatsen. Hiervoor gebruik ik een citaat uit het communistisch manifest. Per definitie natuurlijk verwerpelijk, tenminste zo was dat in mijn studententijd.

Het verschil in sekse en leeftijd mag nu op de arbeidsmarkt niet meer tot een verschil in prijs (salariëring) leiden, want dat vinden we discriminatie, dit punt is wellicht niet zo interessant. Wat ik wel heel boeiend vind, is hoe het verschil tussen man-zijn en vrouw-zijn hoe langer hoe meer verdwijnt, hoe iedere mens steeds meer op een ander gaat lijken en hoe de tijd van ieder van ons volledig wordt ingenomen door werk. Alleen de mode weet nog een verschil te tonen. Waarbij jonge meisjes vooral ouder moeten lijken en mannen vooral op jongens. De waarde vrouw-zijn en daarmee ook de waarde man-zijn die ooit duidelijk van elkaar verschilden (met hier en daar wat vervelende bijwerkingen) zijn compleet vervangen door de waarde mens-zijn. En met Marx en Engels wil ik dan bevragen waartoe? Louter en alleen om te werken? Om gevangen te worden in het proces van productie en consumptie? De financiële ruimte geeft dan misschien een stukje vrijheid en zelfstandigheid, maar ze vangt tegelijkertijd iedere mens in het web van de markt en de marktwerking, waarin de mens iedere vrijheid en zelfstandigheid verliest.

Onpopulair met redenen

"What should worry us is not the number of people who uppose us, but how good their reasons are for doing so. We should therefore divert our attention away from the presence of unpopularity to the explanations for it."

Alain de Botton

In de Consolations of Philosophy gaat De Botton op zoek de steun die filosofie ons kan bieden in het dagelijks leven. Zo ook ten aanzien van het innemen van onpopulaire standpunten. In navolging van Socrates wordt gezocht naar de redenen om een standpunt in te nemen. Doen we dit om onze eigen positie te verbeteren? Is het praktisch om een specifiek standpunt aan te hangen? Rust dit op angst om niet populair te zijn? Met name de laatste blijkt een sterke drijfveer. Een mens neemt niet makkelijk een standpunt in waardoor hij vrienden verliest of onaardig gevonden wordt. Wat zijn de argumenten?