Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Twijfel

“Hij die niet twijfelt leert niet”

D.V. Coornhert (1585)

De volledige tekst is als volgt: “Hij die niet twijfelt leert niet, want blijvend op zijn oude plaats gaat hij niet voorruit, komt hij niet waar hij nooit eerder was, ziet niet wat hij nooit eerder gezien had gezien, waaraan zou hij dan twijfelen?”

Het is wellicht niet zo duidelijk wat hier oorzaak en gevolg is; zet twijfel aan tot ‘reizen’ of leidt het ‘reizen’ tot twijfel? De vraag die hij stelt, is in ieder geval duidelijk, iemand die de wereld neemt zoals hij is - zoals een klein kind dat nog niets anders gezien heeft als de gebruiken in zijn ouder huis - zal zich nooit afvragen ‘of het ook anders kan’. Het blijft natuurlijk lastig, of deze twijfel zo fundamenteel moet worden dat iedere vraag naar waarheid en juistheid moet worden opgeschort. Coornhert verbindt de twijfel met het leren. Kennelijk is twijfel noodzakelijk alvorens een mens kan leren. Twijfel maakt onderzoekend en leergierig, misschien nog wel meer dan dat fouten dan doen. Erasmus vond dat vergissingen aanleiding zijn tot leren. Twijfel is volgens Coornhert als genoeg, fouten of vergissingen, zouden misschien ook wel bijdragen aan het leerproces, maar twijfel ook. De twijfel betreffende het juiste en het goede zet een zoektocht in naar mogelijkheden waarbij de rede leidend is om een goed besluit te nemen.

Buigen voor het welzijn van de ander

Het is beter te buigen voor het welzijn van de ander dan de eigen vrijheid op te eisen.

Vrij naar Desiderius Erasmus (1520)

In deze compilatie komen een aantal kwaliteiten van de mens volgens Erasmus samen: vredelievendheid, bescheidenheid, niet oordelen (dit is niet aan de mens maar aan god), leven naar je eigen voorkeur zonder de ander voor het hoofd te stoten en deugdzaamheid. Ik vind het vooral een boeiende compilatie omdat het spanningsveld opzoekt van het opeisen van je eigen ruimte, het gaat staan voor dat wat je waardevol vindt enerzijds en anderzijds het begrip tonen voor het onvermogen van de ander om hier iets mee te doen, waardoor het gaan staan het welzijn van de ander aantast. Hiermee wordt het opkomen voor dat wat je waardevol vindt een ethisch vraagstuk omdat deze activiteit begrenst wordt door het welzijn van de ander. Soms is het verstandig om de zwakheid van de ander (voorlopig) te ontzien. Hiermee komen we in de buurt van Levinas, die heel wat eeuwen later zal zeggen dat het aangezicht van de ander een appèl doet, waardoor je deze met zorg behandelt, ook als je daarvoor (wat van) je eigen vrijheid op moet geven.

Goed en Geleerd

“Wie goed is, is niet steevast geleerd en wie geleerd is, is niet steevast goed”

Erasmus (1520)

Eigenlijk wilde ik hier een ander citaat plaatsen nl. “Geleerdheid is kil, blind en gebrekkig als ze niet door de muzen wordt gevoed”. Hierbij kwam direct de vraag op ‘wat kan ik daar nu mee?’ Muzen, zijn dat de poëzie, literatuur en kunsten of hebben de muzen wellicht betrekking op wat we tegenwoordig gedrevenheid en passie noemen?

Beide citaten komen uit antibarbari (boek tegen de barbarij) van Erasmus, waarin de goddeloosheid, de onwetendheid en de gebrekkige moraal van de tijd aan de kaak worden gesteld. Met name de teneur van de verachting van kennis en moraal wordt kritisch beschouwd. Erasmus komt tot de conclusie dat een mens louter iets kan verachten wat hij bezit, iedere andere vorm van verachting is een afgeleide van afgunst, de wens het wel te bezitten maar niet te hebben. Verachting is dan een specifieke vorm van ressentiment met de bijkomende moraal.

Deze twee citaten tonen duidelijk de pijlers van het humanisme (met de zeven vrije kunsten) waar Erasmus voor staat: een algehele ontwikkeling intellectueel, cultureel en moreel.