Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Denken over wat een ander doet

"Mensen die niet tot het plegen van grote misdaden in staat zijn, komen niet makkelijk op de gedachte dat anderen hiertoe wel in staat zijn"

La Rochefoucauld (1663)

Misschien is het niet zo interessant om over grote misdaden na te denken, maar het fenomeen is natuurlijk wel interessant. In hoeverre kunnen we bedenken dat een ander iets doet wat we zelf niet zo snel zouden bedenken en doen. En dan natuurlijk andersom: in hoeverre zijn we in staat om ideeën van een ander als mogelijkheden te beschouwen, ze serieus te nemen en te overwegen als alternatief voor onze eigen ideeën?

Bestaat er een wereld buiten ons eigen denken en over dat wat we eigenlijk voor ondoenlijk houden? Natuurlijk bestaat deze er: menig mens toont zijn ongenoegen over zaken die we zelf niet echt zouden willen of daden die we zelf liever niet zouden uitvoeren. Dit alles blijkt uit het feit dat er heel wat geroddeld wordt. Of dient de roddel om onszelf in een beter perspectief te plaatsen, door te vertellen wat een ander doet en dit gelijk af te keuren, terwijl we het heimelijk zo vinden, overwegen of zelfs al uitvoeren?

Tijd is een op handen zijn

"De tijd is de geleding van een bestaansmodus waarin alles altijd weer herroepen kan worden, waarin niets definitief is, maar alles toekomstig - waarin zelfs het heden geen eenvoudig samenvallen met zichzelf is, maar nog steeds een op handen zijn. Dat is de situatie van het bewustzijn. Bewustzijn hebben is: tijd hebben."

Emmanuel Levinas (1963)

Wat mij zo fascineert in dit citaat is het 'op handen zijn'. Er zit een spanning in het heden; alles zoals het nu beleeft en ervaren wordt - zoals we dat nu bewust zijn - zou wel eens heel anders kunnen zijn wanneer we daar over een paar dagen (of over een jaar) op terugkijken. Iets wat goed lijkt, kan wel eens heel slecht uitpakken of iets wat zich dramatisch voordoet kan heel mooi worden. Eigenlijk wordt de tijd en daarmee het heden een surprise, een verrassingspakket. Aan de ene kant biedt dit hoop wanneer we het heden als donker en zwaar ervaren, maar het maakt ook waakzaam wanneer we het heden als paradijselijk beleven, wanneer we het gevoel hebben winst te gaan halen. Een op handen zijn als het kan allemaal anders zijn en we kunnen niet weten wat het wordt, alleen maar dromen en vrezen, verlangen en afwachten.

Een op handen zijn...

Deur

"There are two 'beings' in a door, it awakens in us a two-way dream."

Avivah Gottlieb Zornberg (1995)


Iedere dag passeren we heel wat deuren en dit zal je wellicht niet beleven als een droom in twee richtingen. Met het passeren van een deur stapt de passant een specifieke wereld binnen met eigen regels, verwachtingen, mogelijkheden en grenzen. Met het passeren wordt ook een wereld achtergelaten, die echter als verwachting wel blijft bestaan en die met het passeren van de deur weer toegankelijk wordt. De huisdeur creëert twee wezenlijk andere dromen (verwachtingen) dan de deur van het theater, een winkel, een kantoor of een museum. Heel wat deuren sluiten aan de ene kant aan op de openbare ruimte en aan de andere kant op een specifieke (vaak niet-openbare) ruimte. De twee ruimten die door de deur (die open en dicht kan) ontsloten worden beschikken ieder een eigen vorm van vrijheid, gevangenschap en verwachting, maar bovenal van tijdelijkheid, omdat de deur de mogelijkheid biedt ze weer te verlaten en een andere wereld te betreden, die weer net zo tijdelijk is en haar eigen vorm van gevangenschap, vrijheid en verwachtingen kent.