Horkheimer & Adorno: "De vloek van de niet te stuiten vooruitgang is de niet te stuiten regressie."

Godslastering, mag dat?

Een seculiere staat prijst zichzelf omdat dit de enige manier zou zijn om een scheiding tussen kerk en staat te borgen. Het is inderdaad prijzenswaardig om de wetten van een land niet te laten bepalen door een of andere godsdienst, juist omdat er in een land meerdere godsdiensten aanwezig zullen zijn. Wanneer je dan in je wetgeving je oren laat hangen naar een van deze godsdiensten dan zal iedereen dat bezien als rechtsongelijkheid. Een democratie heeft immers ook tot taak om minderheden tegen de meerderheid te beschermen. Wat overigens niet wil zeggen dat de meerderheid dan maar naar de pijpen van een minderheid moet dansen.

Tot zover deze clichés.

Toch zijn er heel wat mensen in een seculiere staat die er van overtuigd zijn dat noch godslastering noch heiligschennis strafbare feiten zouden moeten zijn. Ze stellen dat dit het uiten van een mening is en dus vrij behoort te zijn. Een seculaire staat kent zichzelf doorgaans humanitaire waarden toe. Of ze humanistisch is, dat durf ik zo niet te beweren, maar ze streeft wel humanitaire waarden na. En meer dan eens grijpt ze terug op waarden uit de verlichting. In de verlichting ontstond onzekerheid ten aanzien van de ware godsdienst. John Locke schreef hier over in zijn essay betreffende tolerantie. Of god bestaat en welke religie de juiste is, dat kunnen we niet vaststellen en dus is tolerantie en respect voor anders denkende op zijn plaats. Overigens twijfelde Locke zelf niet aan het bestaan van god. Maar godsbewijzen zijn we nadien nog maar weinig tegen gekomen en niet-gelovigen steeds meer. Maar niet-geloven is net zoals geloven een levensovertuiging.

Voor mensen die niet geloven bestaat er niet zoiets als heiligschennis of godslastering. Het heilige en goddelijke bestaan namelijk niet. Je kunt je zelfs afvragen in hoeverre het een mogelijkheid is om iets wat in je ogen niet bestaat belachelijk te maken. In hoeverre kun je een Pegasus, Eenhoorn of Heffelump belachelijk maken als je er van overtuigd bent dat deze niet bestaan?

Maar enfin, dat zegt nog niets over godslastering of heiligschennis. Waarom heeft een wet die godslastering en heiligschennis verbied waarde in een seculiere samenleving? Wanneer een deel van de samenleving van mening is dat het geloven in god een persoonlijke mening is en dat godslastering dus geen probleem zou zijn, omdat voor hen god niet bestaat en dus het lasteren gelijk staat met het lasteren van een Heffelump dat weegt de waarde van deze levensovertuiging zwaarder dan de waarde van iemand die wel in god geloofd en voor wie godslastering en heiligschennis ongeoorloofd is. De waarde van de ene levensovertuiging wordt opgedrongen aan de andere levensovertuiging. De staat kiest met een dergelijke wet dus wel degelijk partij namelijk voor de niet-gelovigen. De staat stelt de waarde van 'het heilige en het goddelijke bestaat niet' boven de waarde 'het heilige en het goddelijke bestaat wel'. Terwijl de staat niet kan vaststellen of god bestaat of niet. Er zijn dan wel geen bewijzen voor dat god bestaat, maar en zijn ook geen bewijzen dat god niet bestaat. Laat mensen dus zelf bepalen of ze het een geloven of het ander, maar het is niet aan de staat om partij te kiezen.

Maar als we godslastering en heiligschennis wel strafbaar stellen, wordt dan niet de waarde van de gelovige opgedrongen aan de ongelovigen? Wellicht wel, maar wie moet hier tegen wie beschermd worden? Moet de ongelovige beschermd worden tegen de gelovigen of moet de gelovige beschermd worden tegen de ongelovige?

Het is niet de gelovige die de spot drijft met de ongelovige, maar doorgaans is het de ongelovige die de spot drijf met de gelovigen. Moet bij spot iemand beschermd worden? Wanneer ik hier zou schrijven, moet bij pesten de gepeste beschermd worden, dan is voor menigeen het antwoord duidelijk. Bij schelden leren we 'schelden doet geen zeer'. Maar hoe zit het met spot? Om hier antwoord op te geven moet je kijken naar de doelstellingen van de mensen die aan godslastering en/of heiligschennis doen. Ze doen dit zelden tot nooit om in vriendschap en goede harmonie met de gelovigen samen te leven. Ze doen dit ook niet, om te laten zien, dat gelovigen op een goede manier bijdragen aan de samenleving. Heiligschennis en godslastering komen vooral dan naar voren wanneer de spreker van mening is, dat de gelovigen idioot zijn, belachelijk zijn, een bedreiging vormen voor de samenleving, etc. Het gaat dus zelden alleen maar om de uitspraak of grap, de spreker heeft een doel buiten die grap. Daarbij zou je kunnen stellen dat sociaal maatschappelijk het kwetsen van een ander nergens toe dient, het werkt eerder samenleving ontwrichtend dan samenleving ondersteunend. Wie moet er nu beschermd worden?


blog comments powered by Disqus

Spyware of niet?

Op zaterdag 3 januari stond er een opiniestuk van mijn hand in Dagblad Trouw over het verlaten van Facebook. Met de nieuwe gebruikersvoorwaarden valt er niets meer te verbergen. En op zich ben ik niet tegen het niet-kunnen-verbergen, maar ik ben er wel tegen dat Facebook alles bewaart. En dat dit dusdanig wijze gebeurt dat dit gekoppeld is aan de persoon. Facebook kan dezelfde dienst ook aanbieden zonder dat ze de gegevens bewaard en er zijn heel wat alternatieven. Overigens werken de alternatieven alleen maar als iedereen verhuist. Maar velen zullen dat niet zien zitten, omdat ze zo vertrouwd zijn geraakt met hun sociale verwevenheid met Facebook en ze niet meer weten wat ze zonder zouden moeten.

Hieronder de tekst zoals deze in Dagblad Trouw verschenen is:

Ik heb mijn facebook-account verwijderd. Dat viel niet mee, want Facebook is verweven met alles wat ik doe. Bijna al mijn vrienden hebben een account. De verenigen en organisaties waar ik aan gelieerd ben hebben een pagina. Bijna alle sites die ik bezoek hebben een verwijzing. Facebook zit overal en en dat is wat ze wil, zo kan ze immers alle informatie van haar gebruikers verzamelen. Zo weet Facebook precies wat ik doe, wat ik leuk vind, waar ik ben, welke levensovertuiging ik heb en welke politieke partijen ik steun. Ze heeft er baat bij om dit beeld van mij zo gedetailleerd mogelijk te krijgen, zodat ze dit met naam en (profiel)foto aan derden kan tonen (zie algemene voorwaarden).
Is het een oplossing om mijn privacy-instellingen zo in te stellen dat ze dit niet kan? Dat lukt nu niet meer! Mijn instellingen hebben namelijk geen invloed (meer) op de instellingen van mijn vrienden en wat zij over mij schrijven, ze gelden niet voor mijn bezoek en bijdragen aan (openbare) Facebook pagina’s, ze gelden ook niet voor websites die ik bezoek. Mijn persoonlijke instellingen gaan daar niet over. Het web heeft zich gesloten; met een account komt Facebook het te weten, koppelt het aan de persoon en onthoudt het.
Wellicht denkt u ‘als je niets te verbergen hebt, dan is er toch niets aan de hand’. Dat geldt misschien voor nu, maar is dat morgen ook zo? Karl Popper heeft iets interessants over staatsinrichting geschreven: de organisatie van een land moet dusdanig zijn dat een politieke leider die kwaad wil niet de mogelijkheid heeft om dit kwaad te realiseren. Facebook bewaart precies die informatie waarvan je niet wil dat een overheid het bewaart. Juist omdat iemand die kwaad wil hiermee kwaad kan doen. Er zijn al heel wat mensen vervolgd om hun levensovertuiging, geaardheid, politieke voorkeur of club waar ze lid van zijn. Wellicht draait het nu niet om vervolging, maar ‘anonieme’ berichten die (negatief) verwijzen naar je overtuigingen kunnen al bedreigend, intimiderend genoeg zijn. En wat nu goed en politiek juist is hoeft dat morgen niet meer te zijn. Facebook creëert de databank waar iedereen die kwaad wil, een beroep op kan doen: het is te koop, voor de overheid opeisbaar en te hacken. Waarom zou Facebook anders zijn dan iemand die spyware plaatst? Waarom is de ene partij wel te vertrouwen en de andere niet?
blog comments powered by Disqus