Horkheimer & Adorno: "De vloek van de niet te stuiten vooruitgang is de niet te stuiten regressie."

Cherlock Holmes over de roos

“He walked past the couch to the open window, and held up the drooping stalk of a moss-rose, looking down at the dainty blend of crimson and green. It was a new phase of his character to me, for I hand never seen him show any keen interest in natural objects.
‘There is nothing in which deduction is so necessary as in religion,’ said he, leaning with his back against the shutters. ‘It can be built up as an exact science by the reasoner. Our highest assurance of the goodnesss of Prividence seems to me to rest in the flowers. All other things, our powers, our desires, our food, are all really necessary for our existence in the first instance. But this rose is an extra. Its smell and its color are an embellishment of life, not a condition of it. It is only goodness which gives extras, and so I say again that we have much to hope from the flowers.’”

In “The Naval Treaty”
blog comments powered by Disqus

Groei als zingeving voor ons bestaan

Wellicht is het niet zo handig om het Communistisch Manifest van Marx en Engels als uitgangspunt te nemen van het beschouwen van de crisis waarin we verzeild zijn geraakt. Communistisch uitgangspunten staan per definitie tegenover de markt en het denken over economie. Toch durf ik dit wel aan, omdat er gewoon een aantal gedachten in staan die mij te denken geven. Een crisis van de markt ontstaat door overproductie, die door de markt verholpen wordt door het creëren van nieuwe markten en het nog verder exploiteren van bestaande markten. Wat weer leidt tot overproductie die weer tot een crisis leidt, die op gelijke wijze verholpen dient te worden. Iedere mens die als productie-eenheid werd ingezet verwordt tot proletariaat. Proletariaat wil woordelijk zeggen dat de enige rijkdom de kinderen zijn. In het kader van deze beschouwing wil ik deze gedachten plaatsen naast de vraag wat er nodig is om op gerespecteerde wijze deel uit te maken van onze samenleving.

Om te beginnen zijn we nog nooit zo rijk geweest. Het is echter ook nog nooit zo kostbaar geweest om op gerespecteerde wijze deel te kunnen nemen aan de samenleving. Om te zien wat hier nu voor nodig is, hoeven we alleen maar een blik te werpen op de financiële ondersteuning die we kunnen krijgen om deel te nemen aan die samenleving. Er is financiële steun voor een wasmachine die kapot is (kortom de nodige huishoudelijke apparatuur), de sportvereniging voor de kinderen, een passende woning (koop of huur), kinderopvang, etc. Hier komen dan de nodige communicatie-middelen bij die op de scholen worden verondersteld aanwezig te zijn in de thuissituatie (en waar financiële steun voor te verkrijgen is) en waarvan we sociaal al lang vinden dat we niet meer zonder kunnen. Kortom, we zijn wel erg rijk, en onze inkomsten zijn nog nooit zo hoog geweest, maar alles is nodig om op gerespecteerde wijze deel te kunnen nemen aan de samenleving en voor heel wat van deze zaken worden we op een of andere manier ‘gesubsidieerd’.

Gezien de wijze waarop we economische crises oplossen, namelijk het creëren van nieuwe markten en het verder exploiteren van bestaande markten, kunnen we er donder op zeggen dat iedere producent ons zal doen geloven dat er meer nodig zal zijn om op respectabele wijze te kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Alleen zo kunnen zij hun bestaande markt verder exploiteren omdat aan het eind de kleine consument steeds meer moet kopen om zelf meer te kunnen verdienen (het kip en het ei verhaal). En per saldo schieten we daar niets mee op.

Via extra (ver)koop komen we uit de economische crisis. We hebben bewondering voor die bedrijven die ondanks de crisis weten te groeien. Tegelijkertijd kijken we zwijgend toe bij overproductie. Hoeveel auto’s zijn er geassembleerd zonder dat ze ooit verkocht zullen worden? Hoeveel kantoren staan er leeg, zonder dat ze ooit nog gebruikt zullen worden? Hoeveel huizen worden gebouwd zonder dat ze ooit bewoond zullen worden? Hoeveel huizen staan er te koop te wachten op een koper? Hoeveel gadgets liggen voor eeuwig opgeslagen in een voorraadschuur? Hoeveel? En nog steeds geloven we niet dat er overschot is. De prijzen zakken niet en de markt wordt overspoeld. Niemand wil de financiële schade dragen. We moeten wel geloven dat de markt er is. De niet-verkoopbare voorraad moet waarde houden omdat we anders failliet gaan.

De hele markt rust op een continue vernieuwing. Woorden als “nieuw’, ‘verbeterd’ en uiterlijke aanpassingen aan de tijd (mode) voeren de boventoon. Ieder producerend bedrijf moet zijn eigen producten als oud, achterhaald en slecht betitelen om nieuwe producten te kunnen verkopen en zo geld te blijven verdienen. Duurzaamheid heeft louter betrekking op de productiewijze en het materiaal, niet op de levensduur. Alleen via vernieuwing en groei kunnen we een crisis afwenden en een bestaande crisis te boven komen.

We zitten gevangen in een mythe van groei, meer en verbetering. De zin van ons bestaan is hier direct aan gekoppeld. De zin van ons bestaan is persoonlijke groei, meer salaris, groter bezig en hiervan afhankelijk kennis en vaardigheden. De politiek sluit hierbij aan met hun continue streven naar behoud of liever nog: groei van koopkracht. Bedrijven steunen dit met persoonlijke opleidingsplannen en in de CAO ligt de financiële groei verankerd. Alleen zo hebben we de indruk dat ons bestaan zin heeft, dat we als mens deel kunnen nemen aan de samenleving.

Kunnen we geen andere zin voor ons bestaan vinden? Moeten we ons geloof in groei misschien omzetten in een geloof in iets anders wat waardevol is (of kan worden)?
blog comments powered by Disqus

Conflicten en het paradijs

Bert van den Brink schrijft in Krisis nr. 4 van 2005 over conflicten. Hij vraagt zich o.a. af hoe we specifieke aspecten van ons bestaan zouden beschouwen als conflicten niet zouden verdwijnen, en we niet constant streven naar de utopie van het land zonder conflicten.

"We zouden democratie niet primair als een middel zien om sociale conflicten op te lossen, maar als een middel om op een aanvaardbare wijze met sociale conflicten om te gaan; we zouden het recht niet zien als een alle conflicten transcenderende conflict-beslechter, maar als een middels conflictrijke wetgevingsprocessen tot stand gekomen instrument om zo goed mogelijk met conflicten om te gaan; we zouden onszelf niet zien als wezen die gedreven worden door het verlangen alle conflicten met onszelf en anderen te overwinnen, maar als wezens die trachten met dergelijke conflicten om te gaan.”

Hoe zou jij je leven (gezin, werk, vriendschappen, etc) ‘inrichten’ wanneer je accepteert dat conflicten deel zijn van dat leven? Wanneer je je erbij neerlegt dat een conflict-vrije situatie niet bestaat?

Hoe ga je met met conflicten om? Hoe los je deze op? Welke tactieken gebruik je? Escalatie, de-escalatie, confrontatie, bemiddeling, rechtspraak, analyse, bevragen van vooroordelen, er zijn heel wat mogelijkheden maar geen van deze zal ten aller tijden kunnen voorkomen dat er een conflict ontstaat en hoe meer mogelijkheden om met conflicten om te gaan, hoe leefbaarder het wordt.
blog comments powered by Disqus