De ondraaglijke termietigheid van ons bestaan

Ik weet het zo net nog niet of vakantie mij nu zo goed doet. Samen met grootse (bruilofts)feesten en massale festiviteiten, is vakantie toch wel het moment waarin ik verval in de gedachten dat de menselijke soort niet veel anders is dan een termieten soort. Al dit soort gebeurtenissen zijn de momenten waarop ik toch wel zwaar begin te twijfelen aan de vrijheid en het intellectuele vermogen van de mens, tenminste zolang we pretenderen vrij te kunnen zijn. Ik ben nu weer helemaal gelukkig nu ik vanuit mijn kamertje mijn gedachten de vrije loop kan laten en ik samen met anderen weer even afstand kan nemen van dat wat dagelijks voorbij komt. Ik ben weer verlost van de beelden van de termietenheuvel en het spontane gevoel van jeuk dat hierbij ontstaat. Heerlijk om weer aan het werk te zijn. Maar zo terugkijkend weet ik nog niet of ik deze status van het bestaan nogmaals wil onderbreken. Maar dan ontneem ik mij wel die wonderlijke blik op de mensheid.

Het meest wonderlijke van de vakantie is dat we, waar we ook zijn, er altijd mee geconfronteerd worden dat we niet de enige zijn, die er voor gekozen hebben om daar te zijn op deze specifieke vakantiedag. In het meest ongunstige geval staan we zelfs in de file om er te geraken en mogen we bij de ingang in de rij gaan staan om binnen te komen. Heel wat verblijf-adressen moeten ver op voorhand geboekt worden omdat ze anders vol zitten. Tegen onze verwachting in was het rustig in het Maurits Huis en hebben we genoten van een relatief rustige dag in de Spelerij in Dieren. De originaliteit is ver te zoeken, wanneer de mens op vakantie gaat. Waarbij het zelfs maar de vraag is of hij dat zelf wil, of dat hij gaat omdat iedereen gaat. In deze tijd kun je heel eenvoudig je persoonlijke interesse tonen door aan de ander te vragen ‘hoe is je vakantie geweest?’ Kans is groot dat je dan een prachtig verhaal krijgt over de vakantie en dat je niet in de ongemakkelijke situatie terecht komt waar in de ander zegt ‘hoe zo op vakantie geweest?’ Zou je dezelfde vraag stellen in de maand maart dan zou de ander je gek aankijken, of zijn verwondering met je delen als hij inderdaad juist op vakantie is geweest; ‘hoe weet je dat?’.

Heeft de dagelijkse gang naar het werk de praktische bijkomstigheid dat het nodig is om je dagelijks brood te verwerven, vakantie toont vooral de massaliteit van onze soort: ieder doet wat de ander doet en neemt heel wat vervelende zaken hierbij voor lief. Stress om op tijd weg te gaan - op vakantie gaan lijkt nog het meeste op het tijdig verschijnen aan de productielijn -. Ik heb het nog maar zeer zelden meegemaakt dat mensen een dag later aankomen dan dat de locatie voor hen gereserveerd is. Mensen staan liever op de route de soleil in de file, dan de dag erna (rustig) door te kunnen rijden. Veertien dagen vakantie is wel veertien dagen weg zijn, met al de organisatorische stress die nodig is om dat te realiseren. Wat drijft ons toch dat we zo onze vakantie invullen? Moet je weg als je vakantie hebt? Waarom moet je je verantwoorden als je zegt drie weken thuis geweest te zijn? Vanwaar die meewarige blikken? Thuis blijven heeft een heel groot voordeel. Je bent namelijk de enige die ervoor gekozen heeft om op die plek je vrije dagen door te brengen.

Deze vrijheid lijkt ook onder druk te staan wanneer een mens aanwezig is bij grootste feesten (trouw, verjaardag). Er blijken muzieknummers te zijn die specifieke gedragingen verwachten van de aanwezigen. Ik kijk dan mijn ogen uit, één omdat diegene die hier niet mee bekend zijn aangemoedigd worden om toch vooral mee te doen, en twee omdat het gedragingen betreffen die in iedere andere omstandigheid als hoogst ongepast zouden worden aangemerkt. Maar niet mee doen in een dergelijke setting is ook hoogst ongepast. Net zoals het hoogst ongepast is wanneer je je niet conformeert aan de geldende kleding voorschriften of tafelmanieren. Zo is het ook wonderlijk om te ervaren dat gelegenheden een kledingvoorschrift kennen en er dan ter plekke mee geconfronteerd te worden dat niemand zich daar aan houdt en je als enige in het juiste tenue verschijnt. In hoeverre is dat dan nog het juiste tenue?

Heel wat mensen geven af op de etiquette - zo hoort het eigenlijk -. Naar hun zeggen is dat niet meer van deze tijd, maar gek genoeg vullen we heel wat van onze vakantie aangelegenheden en persoonlijke feestelijkheden in op grond van ‘zo doe je dat’ want zo doet iedereen dat. Originaliteit en creativiteit is ver te zoeken, vrijheid lijkt niet te bestaan. En hoezeer we vaak ook denken een unieke invulling te generen, altijd blijkt er iemand van te kunnen leven die ons dit kan helpen realiseren - zo uniek was het dus ook weer niet, dat het niet te koop is -. De termieten der mensheid kruipen waar al die anderen kruipen en samen houden we ons kruipend bestaan in stand en die kleine termiet die zijn eigen weg wandelt kan rekenen op meewarige gezichten of uitsluiting van de heuvel. En tegelijkertijd is het diezelfde kritische of clowneske termiet die iets nieuws bedenkt, waar iedereen dan weer achteraan hobbelt, mits een minimaal aantal termieten die weg in gaat. Even krabbelen, want ik heb jeuk. Zelfs al zou ik het anders willen, die termieten zijn overal. Ben ik er zelf ook één?
Omdat de werkelijkheid te denken geeft