Een geweldig goed gesprek
16 08 10 11:59
Geweldig zo’n goed gesprek!
Hoe gewelddadig kan een gewoon gesprek, een zakelijke meeting of een training zijn? Hoe kan een gesprek bij een etentje met vrienden gewelddadig zijn? Dat kan toch eigenlijk niet en als het al gewelddadig is, dan is het omdat iemand persoonlijk wordt aangevallen, gepest of ‘afgestraft’. Toch verwacht ik niet dat ik de enige ben die een gesprek, een meeting of een training wel degelijk als gewelddadig ervaart, zelfs wanneer persoonlijke aanvallen, pesterijen en afstraffingen afwezig zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik volledig wordt overdonderd, dat het mij niet lukt om eraan te pas te komen en/of alles gedomineerd wordt door iets of iemand anders, ongeacht de rol die ik zelf speel. Hoewel ik mijzelf als gesprekleider meer vrijheid gun om dergelijke gewelddadigheden tijdig te ondervangen en op elegante wijze te doorbreken, gebeurt het wel eens dat ik volledig overmand wordt door de dominantie van een ander, zelfs als ik de touwtjes in handen hoor te hebben. Vaak openbaart het zich in een monoloog van één persoon, die zowel inhoud als vorm bepaalt. Soms zie je dat iemand via een vraag en antwoordspel, veel anderen aan het woord laat, maar toch overdonderend is, omdat het geen gezamenlijk fenomeen is, maar een directief fenomeen. Met als resultaat: ongemak bij de overige aanwezigen, een gesprek dat in niets op een gesprek lijkt en een onvermogen van alle deelnemers om dit te veranderen.Toch is niet iedere monoloog of voordracht gewelddadig, vaak kan dit ook heel plezierig zijn, juist omdat ze nieuwe werelden kan openen of gewoon omdat iemand plezierig kan vertellen, waardoor het geheel niet gewelddadig, maar juist verruimend en vermakelijk is. Wat maakt een ogenschijnlijk gewone bijeenkomst van mensen gewelddadig? Wanneer is ze groter dan ik zelf ben? Of zelfs, wanneer kan één persoon over vijf of zes anderen heen blazen, zonder dat er nog iemand anders eigen initiatief kan tonen? Dit kan ook op veel kleinere schaal plaatsvinden, een individu - een eenling - kan in een groep het gevoel hebben, nooit te kunnen bijdragen, terwijl hij dat wel graag zou willen. Terwijl al die anderen tonen dat hier wel ruimte voor is; het gesprek kenmerkt zich door openheid en eigen initiatief, maar die ene persoon weet maar niet aan de bak te komen. Kennelijk is geweld (dat wat groter is dan een zelf) niet altijd direct zichtbaar.
Hoe kun je je hier tegen wapenen? Dat wat groter is dan het zelf spreekt over twee kanten, namelijk over het grotere en het kleinere. Om het geweld op te heffen moet dus deze verhouding wijzigen. Een wipwap in speeltuin werkt het beste wanneer de twee kinderen ongeveer even zwaar zijn.
De wipwap die ongelijk verdeeld is, is direct herkenbaar en menig ouder weet hoe ze dit elegant kan oplossen. De gewelddadige setting zet mij, of ik dat nu wil of niet, aan tot verwondering. Het stokt mijn denken en het grote vraagteken ontstaat. Boos kan ik er niet om worden, maar soms voel ik me verslagen. Een dergelijk gesprek doet mij niet alleen verstommen door het praktische gebrek aan ruimte om te spreken, maar ook omdat het gebeuren zelf mij met stomheid slaat. Vervolgens ontstaat er een zoektocht naar mogelijkheden om de setting te breken (ook dat is wellicht gewelddadig), zeker wanneer ik ook wat wanhoop meen te ontdekken bij de andere aanwezigen.
De verwondering blijft echter overheersen: is een gesprek (een conversatie) als een balspel, waarbij ieder elkaar de bal toespeelt en iedereen de bal krijgt of is het een balspel waarin een persoon vooral probeert de bal voor zichzelf te houden, deze niet door gooit en daarmee iedere vorm van samenspel weet te voorkomen? Gaat het het erom dat je anderen laat spreken en luistert of dat je zelf het hoogste woord voert? Gek genoeg kunnen deze prima samengaan. Wanneer ik de ander laat spreken en ik luister, kan de ander rustig het hoogste woord voeren. Geen vuiltje aan de lucht zou je zo zeggen. Kennelijk is er een verschil tussen iemand de bal toespelen of de bal opeisen. In het laatste geval trekt iemand je de bal uit handen, nog voordat je hebt kunnen gooien.
Als een zakelijke meeting geen dialoog is, maar een monoloog, of wellicht een vraag- en antwoordspel omdat de één vragen stelt en de anderen slechts antwoorden mogen geven, wat is dan de meerwaarde van zo’n meeting? Hoe kan daar ooit een gemeenschappelijk spel ontstaan? Als een trainer over de deelnemers heen blaast of een deelnemer de leidende rol op zich neemt, wat is dan nog de meerwaarde van zo’n training? Mijn verwondering richt zich vooral op het ‘hoe kan dit zo vorm krijgen?’ Wat gebeurt er, dat dit zo kan ontstaan? Wat gebeurt er bij de betrokken personen, zij die toekijken en zij die domineren? En bij wie ligt de verantwoordelijkheid om dit te breken (te voorkomen)? En vooral hoe doe je dit elegant? Want als het elegant gebeurt, dan kan iedereen het doen? Maar kan dit überhaupt wel elegant? En als ik het breek, in hoeverre blaas ik dan over de ander heen? Doe ik dan niet hetzelfde? Een gesprekleider heeft een duidelijk doel, namelijk het verzorgen van het spel waarbij de bal rond gaat. De trainer moet zorgen voor de aansluiting van alle betrokken personen, en moet een eventuele mismatch constateren en bespreken (individueel of in de groep). De rollen zijn duidelijk en dat creëert een verwachtingspatroon. Maar het is een verwachting niet altijd eenvoudig of elegant te vervullen is.
Wij hebben intern een code - een naam -, die voor ons de volgende betekenis heeft: ‘je zit op de praatstoel en je blaast iedereen omver’. Deze werkt als een interne waakhond, die moet bijdragen aan de kwaliteit van het gesprek, de meeting en/of de training. Een elegante manier om een niet gewenste situatie te wijzigen, een manier om te zonder veel worden te zeggen: gooi de bal eens over naar een ander. Enthousiasme kan toeslaan zonder dat je er erg in hebt en een klein signaal is afdoende om tot samenspel te komen. Dit schrijvende komt er een herinnering bij mij boven en gelukkig was ik toen de toeschouwer. Als trainer bij de scouting keek ik toe hoe een andere trainer volledig het contact verloor met de groep en dat waar hij mee bezig was. Hij bleef maar ratelen. Wij stonden achterin te seinen voor een time-out en zelfs dat kwam niet aan. Het contact met de omgeving was volledig verbroken. In hoeverre werkt een codewoord nog wanneer de spreker ieder contact met de wereld verloren heeft? Dit ratelen werd niet veroorzaakt door enthousiasme, maar door onmacht en onvermogen. De persoon was zijn draad kwijt en werd al maar wanhopiger, omdat hij ze niet meer kon vinden.
Het is wellicht dit gebrek aan contact wat de setting zo gewelddadig maakt. Een geanimeerde spreker heeft contact met zijn omgeving. Vragen kunnen gevuurd worden maar ook vanuit interesse gesteld worden. Een spreker kan zoeken en hij kan stellen. De zoeker nodigt uit om mee te zoeken, hardop of in gedachten. Iemand die zijn stellingen poneert zonder ruimte voor de ander, drijft een ander van zich af en kan wellicht zijn verhaal goed onderbouwd hebben, maar mist dan toch zijn gehoor omdat niemand meer kan luisteren. De retorica als de kunst van het spreken - desnoods als de kunst van het gelijk krijgen - wijst op het goede gesprek waarin de ander vrijwillig mee beweegt en iedere vorm van dwang averechts werkt. Wat is een gelijk waard wanneer het afgedwongen wordt met een zwaard? Conversatie als een onderdeel van de etiquette, omdat je er altijd voor moet zorgen dat de ander zich op zijn gemak en welkom voelt. De deugden onderhoudend zijn en welbespraaktheid zijn soms ver te zoeken. De confrontatie met de afwezigheid van deze deugden zet mij na de verwondering aan het denken. Ze zet aan tot zorgvuldigheid, alertheid en oplettendheid. Maar is dat genoeg? Stress (als een overmaat aan prikkels) draait als eerste zorgvuldigheid, daarna alertheid en vervolgens oplettendheid de nek om, en dan overheerst geweld - dat wat groter is -, niet omdat dit wenselijk is, maar omdat we onmachtig zijn om het niet te zijn.
De onveiligheid de baas
08 07 10 17:38
De onveiligheid de baas
Wie wil dat niet, wonen, leven en werken in een veilige omgeving. Het is inmiddels een basisrecht van de mens en John Locke beschreef veiligheid als basisrecht reeds in de achttiende eeuw. Dus is het een taak van de overheid om voor deze veiligheid te zorgen. Wacht even, dit gaat iets te kort door de bocht. Rechten kunnen wellicht geborgd worden door de overheid, maar rechten kunnen niet worden afgedwongen. De overheid verzorgt de mogelijkheid om bij aantasting van je veiligheid (of welke aantasting van welk recht dan ook) je verhaal te halen. Veiligheid, kan net als vele andere rechten niet afgedwongen worden. Iedere mens heeft recht op onderwijs, maar dit wil niet zeggen dat je kunt afdwingen dat iedere mens leert. We mogen dan wel recht hebben op gezondheidszorg, dat wil niet zeggen dat iedereen gezond is of beter wordt door toedoen van die zorg. We vinden dat iedereen recht heeft op een bestaansminimum, maar toch wil dit niet zeggen dat iedereen dit heeft. Gezondheid, onderwijs, inkomen en veiligheid kunnen niet afgedwongen worden, hoe graag we dat ook zouden willen.
De basis van het recht en het borgen hiervan ligt in de eerste plaats bij iedere individuele mens. Het is misschien wel eerder een recht om het te verwerven dan om het te bezitten. En laat ik bij veiligheid blijven. Wanneer ik wil leven in een veilige leefomgeving dan ben ik daar mede verantwoordelijk voor. Ik moet dit zelf realiseren. Wanneer ik iedereen in mijn omgeving letterlijk en/of figuurlijk tegen de schenen trap dan zal mijn omgeving steeds minder veilig worden. Een veilige omgang met anderen rust op netjes en fatsoenlijk handelen en de ander moet dit ook zo ervaren. Als kind heb ik leren kaatsen ‘wie kaatst kan de bal verwachten’: geweld roept geweld op. En dat is dan het einde van een veilige omgeving.
Dit zet met direct even op een belangrijk zijspoor: Geweld. Cornelis Verhoeven gebruikt in één van zijn essays de omschrijving van geweld als een surplus aan effect. De niet gewenste - en wellicht ook niet bedachte - bijeffecten van een daad zijn dan gewelddadig. Hij gebruikt ook nog een andere omschrijving: geweld is dat wat groter is dan het zelf, dus dat wat mij uit het evenwicht brengt. Dat kan fysiek zijn maar ook mentaal. Mijn denken kan overrompeld worden door ideeën van een ander. Deze twee definities tonen dat de wereld altijd gewelddadig is en daarmee altijd het risico in zich draagt niet veilig te zijn. Zelfs een geschreven tekst of een gesproken woord kan groter zijn dan een mens wanneer hij zich hierdoor aangevallen voelt. Dit kan gepland zijn door de schrijver (bewust gewelddadig) maar dat hoeft niet (een surplus aan effect). Gezamenlijk (waaronder wij als overheid) zijn we er dan voor verantwoordelijk dat kleine gewelddadigheden niet uitmonden in een spiraal van geweld of zo je wilt een continue onveilige situatie.
Onveilige situaties ontstaan ook wanneer grote groepen mensen samen komen. Elias Canetti schrijft hoe massa en macht zich openbaren als geweld en strijd. Het gevoel van veiligheid is wellicht nergens zo groot wanneer een mens deel is van een massa. Maar deze veiligheid kan in een flits omslaan als de massa breekt, overgaat tot aanval of in zijn geheel wordt aangetast. De voorbeelden kennen we, zowel in het theaters, sportstadia als bij grote feesten kan de veilige situatie onverwacht en onvoorspelbaar omslaan tot een setting waarin iedereen vreest voor zijn leven. Een vrees die eerder leidt tot nog meer onveiligheid dan dat ze veiligheid kan herstellen. De festiviteiten rondom het voetbal tonen de kracht van de massa. Als deel van de feestende massa voel je veilig en bijna euforisch. Als buitenstaander voel je je bedreigd. De beste manier om de bedreiging te breken is je te kleden conform de groep, in het oranje. De massa zal je niets doen, je bent één van hen. Dit laatste is overigens geen garantie als de massa zelf breekt: dan is het ieder voor zich.
Dit roept bij mij even het woord ‘ongeregeldheden’ op. Wanneer het in een dergelijke massaliteit misgaat, dan zeggen we dat dit veroorzaakt wordt door ongeregeldheden of doordat mensen zich misdragen. Massa’s kennen hun eigen regels en eentje daarvan is, aldus Canetti, dat ze haar macht toont. Individuele misdragingen blijven misdragingen van een individu. Goed gedrag kun je niet afdwingen, net zo min als dat je een mens kunt verplichten om gezond te zijn of te leren. Wellicht is het regel (en dus niet ongeregeld) dat onveilige situaties ontstaan, en het is ook een regel dat we ze niet kunnen voorspellen.
Laat ik het eens proberen: wat is nodig voor een zekere veilige omgeving? Geen massaliteit meer, geen beelden, geen geschreven teksten en geen gesproken woorden meer die individuele mensen uit hun evenwicht kunnen brengen (dit betekent ook het einde van onderwijs, want ook hier gebeurt dat), geen persoonlijke betrekkingen meer tussen mensen, want ze zouden wel eens als gewelddadig ervaren kunnen worden of zelfs als zodanig kunnen zijn. En wat moeten we met kinderen, broertjes en zusjes vechten wel eens, niet altijd even veilig. En natuurlijk overal en altijd toezicht, want wie weet wat iemand een ander aan kan doen (gewild of ongewild, gecontroleerd of ongecontroleerd), zodat we het geweld in de kiem kunne smoren.
Dit klinkt ontzettend overdone; doe effe normaal! Het streven naar veiligheid wordt dan zelf gewelddadig omdat ze binnendringt in de persoonlijke leefomgeving van mensen. Daarmee tast ze direct de persoonlijke veiligheid aan. Het streven naar veiligheid heeft een surplus aan effect: onveiligheid en onvrede wat zal leiden tot een nog grotere onveiligheid dan de onveiligheid die we willen bestrijden. Nog even terug naar Verhoeven: geweld, dat wat groter is dan ik zelf. Of te wel, hoe groter mijn weerbaarheid, hoe minder gewelddadig de wereld. Nietzsche zei al de rijkdom van een mens is af te meten aan zijn vermogen tegenslagen en aandoeningen te dragen zonder te lijden. En als ik dan toch een keer uit het niets klappen krijg bij een verkeerslicht, of wordt aangereden door joyriders op de golfbaan, och dan tast dat niet mijn veilige leefomgeving aan, het zet me hoogstens aan tot verwondering.