Druk doet leven
14 04 10 10:07
Druk doet leven
De afgelopen weken bevond ik mij in twee werelden, twee uitersten: de stad en het buiten. Wanneer ik zou spreken over het platte land, dan zou ik weinig recht doen aan alle heuvels die ik in het buiten aantrof. En deze heuvels zijn van dusdanig belang dat ik het zeker niet over het platteland zou willen hebben, omdat de druivenstokken toch zeer belangrijk zijn om het bestaan vorm te geven. Mijn beleving was zeer bijzonder aangezien de stad - doorgaans gekenmerkt door een hectisch en druk bestaan, grote hoogte verschillen door de gebouwen, ver kijken is uitgesloten - voor mij vooral gekenmerkt werd door de rust van de bibliotheek waar ik uren heb doorgebracht. In het buiten was de noeste arbeid zichtbaar in de gestapelde net gevulde flessen - duizenden, ver je kijken kunt, kelder na kelder. De flessen liggen en de druk in de flessen neemt toe. Haar bruisende inhoud krijgt vorm. Duizenden flessen in kelders, allen met de hand gestapeld. Dat toont geen rust! De stof had zich nog niet kunnen nestelen. Net zoals het niet van rust getuigt wanneer de druiven moeten worden geoogst, wanneer iedere helpende hand welkom is en al het andere vervelend. De druk op de fles staat symbool voor de druk bij de productie. Is de drukte van de stad te symboliseren aan de hand van het ontsnappen van het koolzuur en de opkomende belletjes bij het openen van de fles. Veel van hetzelfde op een en dezelfde plaats?De stad heeft een eigen ritme, twee dagen per jaar zijn de winkels dicht, maar al het andere draait altijd door. Veel mensen samen op een kleine plek, waarbij - in de ochtend en de avondspits - de verplaatsing centraal staat. Via de stad wordt van de ene naar de andere kant bewogen, en vele bewegen tegen elkaar in, andere gaan met de stroom mee. Welke stroom? Tijdens de lunch komt iedereen weer naar buiten. Dan is er geen sprake van een grote verplaatsing, de zoektocht naar eten en dan weer terug. Niet te lang wegblijven want de afspraken, klanten, collega’s en deadlines wachten. Of beter: deze wachten niet!
De stad heeft ook zijn vertier-zoekers, vaak zonder haast, maar wel op dezelfde plek. De verzamelwoede van de mens viert hoogtij: winkel in, winkel uit, elk tekort wordt voorkomen en met de nodige reserves aangevuld. En alles is altijd verkrijgbaar; vier seizoenen lang aardbeien, frambozen, winterwortelen en appels. Van alle kanten worden ze ingevlogen en gereden. De stadsmens mag niets ontberen. Alles wordt gemaakt, alles is het resultaat van mensenhanden. Ook de deadlines, ook de klanten!
Het heuvellandschap, ogenschijnlijk rustig, de eerste blaadjes tonen hun groen aan de druivenstokken, de knopjes staan op barsten. Na de stapeling van de duizenden flessen, is het wachten, zo lijkt het het. Maar het land dicteert, de flessen gedraaid, de labels gemaakt en geplakt. De kelder moet weer leeg, niet met de flessen van dit jaar, maar wel die van drie, vier jaar geleden, ruimte maken voor de volgende serie flessen, die zich al weer aandient via het ontluiken van de knoppen. Het hele leven wordt gedicteerd door de seizoenen en de zorg voor de ranken en de bruisende drank. De planten vragen een heel jaar aandacht en zorg, nurturing voor het beste resultaat. In het najaar moet er verzameld worden, vele druiven! Dit verzamelen is geen lekker ontspannen rondwandelen, maar een race tegen de gisting. Heel de lucht is zwoel, dronkenschap zonder te drinken. De rust van de stad en de drukte van het land, of is het nu juist andersom? Zou de stad, waar alles voorhanden is, niet beter moeten weten? Die drukte hoeft niet, we leggen hem louter zelf op, bepalen onze eigen deadlines, en alles wat we nodig hebben is voorhanden. Wat bepaalt de druk en wat de rust? Hoe groot is de druk binnen een volledig zelf gecreëerde context?
Hoe groot is de druk als de zon brand en de druiven gisten? De wegen zijn leeg of vol? Maar wat zegt dat over de drukte van de mens? Over zijn bezig zijn? De bibliotheek is een oase van rust in een stad die altijd vol met mensen is. De stad waar altijd geluid is, ook het geluid van vogels en het ruizen van de wind, tenminste als dit niet wordt overstemt door het loeien van de sirenes. Gek genoeg een bijzonder vertrouwd geluid voor een stadskind. Ook in de bibliotheek wordt gewerkt, of beter gestudeerd. De luxe die een mens zich kan permitteren als zijn dagelijks bestaan is veilig gesteld, als er geen nood meer is aan verzamelen, omdat alles verzorgd is, omdat er geen nood is aan eten, omdat de stad alles in de verkoop heeft, vier seizoenen per jaar, ongeacht de condities op het land. Het studeren creëert wel ware onrust en paniek in het hoofd, de altijd voortgaande studie vertelt keer op keer dat het anders is en anders kan, dan tot nu toe gedacht. De gedrevenheid om nog meer te studeren, nog meer te onderzoeken, nog dieper op de materie in te gaan. Toch weer die onrust, los van de seizoenen, los van de dagelijkse druk om te bestaan. In een oase van rust, waar de mens sluipend en zwijgend voortgaat.