Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Heerschappij door geweld

"Overreding is niet het tegenovergestelde van heerschappij door geweld, het is er enkel een vorm van.”

Hannah Arendt (1954)

Het zou me niets verbazen als je het oneens bent met dit citaat. Doorgaans vinden we overtuigen en overreden een geaccepteerde en zeker niet een gewelddadige vorm van heerschappij, laat staan dat we het geweld zouden noemen. Overtuigen met argumenten, dat moet toch kunnen.

Toch is hier een kanttekening bij te plaatsen. Heel wat overredingen krijgen vorm op basis van de eristische dialectiek (Schopenhauer: de kunst van het gelijk krijgen). Een tactiek die weinig te maken heeft met logisch redeneren en feitelijke situaties en uitgangspunten. Overreden en overtuigen heeft dan meer te maken met iemand de mond snoeren met woorden, dan met overtuigen op basis van waarheid (objectieve werkelijkheid, dat wat gebeurt / gebeurt is), waarachtigheid (persoonlijke werkelijkheid, eerlijk naar jezelf en de ander) en juistheid (sociale werkelijkheid, dat wat we normaal vinden), zoals Habermas dit beschrijft in zijn machtsvrije discours. Wanneer waarachtigheid, juistheid en waarheid de basis vormen van het gesprek dan kunnen mensen actief instemmen met dat wat er gedaan gaat worden, dan is er sprake van gemeenschappelijke macht. Als deze persoonlijke overtuiging op basis van waarheid, waarachtigheid en juistheid ontbreekt, dan is het al gauw een gewelddadige vorm van heerschappij. Ook het woord is gewelddadig, en daarmee het overtuigen op basis van het woord.

Overigens kan ook bij een gemeenschappelijke overtuiging en dus bij gemeenschappelijke macht de werkelijkheid valselijk geïnterpreteerd zijn, we kunnen immers maar met moeite bepalen of we juist waarnemen. In de gemeenschappelijke besluitvorming kan echter deze mogelijke vergissing wel verdisconteerd worden; “we zouden ons kunnen vergissen, mocht dit zo blijken, dan moeten we de situatie en het besluit heroverwegen”.

Regels opvolgen

“Een regel opvolgen is analoog aan het opvolgen van een bevel”

Ludwig Wittgenstein (1953)


Dit korte citaat komt de Filosofische Onderzoekingen en gaat over de regels in taal, de regels die bepalen hoe je spreekt en schrijft, maar ook die bepalen hoe je begrijpt. Het volgen van de regels is een resultaat van training, en toch komt niet iedereen die een gelijke training heeft gehad tot een gelijk begrip van dat wat in taal tot uitdrukking komt. En het blijkt vaak heel moeilijk om het anders te begrijpen.

Er is een analogie tussen de regels van taal en de regels van een spel. Is deze analogie er ook met procedures en richtlijnen? Hoe vrij zijn we om te begrijpen? Om te handelen los van regels? Om het bevel te negeren? Heeft de regel macht doordat ze ons handelen bepaald? Ligt vrijheid in de regels besloten of juist tussen de regels?