Bergson: "there is no common measure between mind and language."

Denken over wat een ander doet

"Mensen die niet tot het plegen van grote misdaden in staat zijn, komen niet makkelijk op de gedachte dat anderen hiertoe wel in staat zijn"

La Rochefoucauld (1663)

Misschien is het niet zo interessant om over grote misdaden na te denken, maar het fenomeen is natuurlijk wel interessant. In hoeverre kunnen we bedenken dat een ander iets doet wat we zelf niet zo snel zouden bedenken en doen. En dan natuurlijk andersom: in hoeverre zijn we in staat om ideeën van een ander als mogelijkheden te beschouwen, ze serieus te nemen en te overwegen als alternatief voor onze eigen ideeën?

Bestaat er een wereld buiten ons eigen denken en over dat wat we eigenlijk voor ondoenlijk houden? Natuurlijk bestaat deze er: menig mens toont zijn ongenoegen over zaken die we zelf niet echt zouden willen of daden die we zelf liever niet zouden uitvoeren. Dit alles blijkt uit het feit dat er heel wat geroddeld wordt. Of dient de roddel om onszelf in een beter perspectief te plaatsen, door te vertellen wat een ander doet en dit gelijk af te keuren, terwijl we het heimelijk zo vinden, overwegen of zelfs al uitvoeren?

Kritiek

"Echte en vruchtbare kritiek rust op het toetsen van meningen aan de zaak zelf"

Max Scheler (1912)

Scheler bestudeert de moraal en de persoonlijke vorming van een moreel kader op de aanwezigheid van ressentiment. Hij beschrijft het proces op basis waarvan mensen hun persoonlijke overtuigingen en meningen vormgeven. Hierbij wordt er vaker gekozen om de eigen mening te toetsen aan de mening van anderen, dan om verschillende meningen te toetsen aan de gebeurtenis (de feiten) zelf. In iedere mening van de ander en dat wat hij daar zelf over zegt, zitten verboden negatieve ervaringen en associaties, die zelfs in een positieve kritiek naar voren kunnen treden. Het denkproces dat zodoende ten grondslag ligt aan het vormen van de eigen mening op basis van de meningen van anderen lijkt dus eerder een mistig geheel dan een heldere beschouwing.

Het stukje gaat hier over kritiek, wellicht kritiek op de mening van de ander, of misschien wel op het gedrag van anderen. Je zou kritiek ook kunnen vervangen door oordeel of beoordeling en dan ‘meningen’ gewoon kunnen weglaten. Hoe vaak vormen we ons niet een beeld/oordeel van de wereld op grond wat een ander erover zegt, zonder zelf de zaak te onderzoeken of de feiten in ogenschouw te nemen. Wat weten we via een ander en wat is de resultante van onze eigen waarneming?

Uiteindelijk komen de persoonlijke meningen in de persoonlijke moraal tot uitdrukking. Als deze moraal gebaseerd is op negatieve ervaringen en associaties en een mistig denkproces enerzijds en niet op een helder denkproces en de feiten/zaak anderzijds, dan heeft dat direct consequenties voor onze moraal en de wijze waarop we de wereld bejegenen, de plannen die maken en hoe we met de ander omgaan.